Blog 4: Umoja in de bush

Umoja is diep doorgedrongen tot het platteland van Oeganda. Na een stoffige en hobbelige reis arriveren we in een dorp (‘village’), nou meer een buurtschap. Bij de ‘oprijlaan’ wachten ze ons al op met vlaggen en gezang. We stappen uit en met een mix van blijdschap en verwondering worden we bekeken. Blanken bestaan echt. Ik kijk in kinderogen, die de armoede weerspiegelen en de schaarse kleding bevestigt dat. Het moet een hoogtepunt zijn in hun bestaan. Ook ik ben nog weinig als een koning ontvangen. We lopen naar het ‘pleintje’ bij de kerk, waar een traditioneel Afrikaanse ontvangst plaatsvindt, met muziek en dans, uitgevoerd door mannelijke en vrouwelijke dorpsgenoten in kleurig uitgedoste, Afrikaanse kledij. Je kent dat wel, met ritmisch opzwepende drums, worden we welkom geheten. Vele ogen richten zich vol verbazing op ons. Sommigen hebben nog nooit een blanke gezien. We worden uitgenodigd mee te dansen.  Zo overbrug je dus verschillen…. dansen brengt noord en zuid bij elkaar, hoewel wij nooit de schoonheidsprijs zullen winnen. Op naar de zelfgebouwde kerk van lokaal voor hande zijnde materialen met een precisie, die het de heiligheid weerspiegelt.

Umoja in praktijk

De kerk zit vol, als belangrijke gasten zitten wij vooraan op het podium,  waardoor iedereen ons goed kan zien. De zangleider opent vol passie het bal. Het wordt geen kerkdienst, maar een presentatie van wat Umoja dit dorp heeft gebracht. De sleutelfiguren stellen zich voor. Er is zelfs een burgemeester, een krachtige vrouw in fleurig oranje, die haar autoriteit versterkt. Achtereenvolgens passeren enkele voorgangers, een facilitator, een secretaris van de facilitator, een schoolhoofd, een voorganger van het disctrictskantoor en Jane, die verantwoordelijk is voor Umoja. In dit dorp is Umoja nog vrij nieuw. In 2015 deed men zelf (!) een kwantitatieve analyse, die ons vandaag wordt gepresenteerd. Het totale gebied telt 2019 inwoners, meer vrouwen dan mannen. Cijfers passeren over leeftijden, kerkgenootschappen, maar ook over gezondheid en economie. De cijfers maken duidelijk dat er te weinig waterpunten zijn, die bovendien te ver weg liggen. Ook zijn er te weinig toiletten (latrines voor de kenners). Onder leiding van een facilitator worden inwoners bewust gemaakt wat de betekenis van de cijfers. Vrouwen moeten ver lopen voor water. Voor een gezin met 10 kinderen is een jerrycan van 20 liter weinig, waardoor er te zuinig met water wordt omgesprongen. Handen wassen na het plassen is er dan niet bij. Daardoor meer ziektes, die alle gezinsleden kunnen treffen. Kortom, begin vooraan in de keten: meer watertappunten. Zo beslist men. Later zien we het tappunt dichtbij de plaggenhutten. Zo worden inwoners bewust gemaakt, welke verbeteringen in hun bestaan op het platteland mogelijk zijn. Later horen we nog meer. Bijvoorbeeld een vrouw, die met anderen geld heeft ingelegd om gezamenlijk een koe te kopen; een coöperatie in  spé. Of een vrouw, die verteld over de familiewaarden, die door gesprekken met de kerk sterk verbeterd zijn. De kerken (ook de RK en andere protestantse denominaties zijn vertegenwoordigd) en de community zijn een geheel geworden. Het is één community, waardoor het geld voor verbetering ook van diverse bronnen komt. Ook de overheid draagt bij.

Ouderen

Dan mogen we het dorp in, projecten bekijken en vooral mensen spreken met hulp van een tolk. Ik spreek een 70-jarige man, diep donkerbruin, zijn mond wat open waardoor zijn halve gebit met ook nog losse tanden zichtbaar wordt. Hij zit wonderlijk opgevouwen in de schaduw van een boompje, aan de kant van de weg; twee houten stokken liggen naast hem. Ik kniel om op ooghoogte hem te ontmoeten. Aanvankelijk is hij op z’n hoede, antwoordt nauwelijks. Dan laat hij zijn rimpelige buik zien. Jaren geleden is hij aangevallen door een man, die zijn land wilde kopen. Met vele messteken in zijn buik en gebroken benen moest hij dat bekopen; de reden waarom hij met krukken loopt. Ik ben omringd door vele kinderen. Ik vraag hen of ze deze man kennen. Nee, niet echt. Hij komt uit een ander buurtschap. Dan opent zich het gesprek pas echt. Hij moet veel meegemaakt hebben, droogte, armoede, burgeroorlogen enz. Hij wil daar niet veel over vertellen. Gevraagd naar wie voor hem zorgt, krijg ik een glimlach. De tolk zegt: niemand. Ik raak op toeren. Hoe kan het dat in deze community, niemand voor deze oude man zorgt. In dit land zijn ouderen zeldzaam met een levensverwachting van ca 50 jaar. De tolk en onze chauffeur zal ik later nog vragen naar de zorg voor ouderen. Beiden zeggen dat men daar niet goed in is. Zonder familie, zijn kinderen zijn door HIV/Aids overleden of weggetrokken, weet deze man –ondanks zijn broosheid- zich niettemin te redden. Wat een power in de bush.

 

Soroti (Oeganda), 15 juni 2017

 

Piet Overduin